Booming Amsterdam De aanleg van de grachten in de Gouden Eeuw. Tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam, 15 februari – 26 mei 2013          

Twee schitterende grachtenpanden

De meeste panden in de Derde en Vierde Uitleg waren eenvormig. Nu lichten we van beide stadsuitbreidingen een uitzonderlijk gebouw uit: het Huis met de Hoofden aan de Keizersgracht en het Huis met de Bloedvlekken aan de Amstel.

Architectuurhistoricus Pieter Vlaardingerbroek van het Bureau Monumenten & Archeologie van Amsterdam vertelt: ‘Het Huis met de Hoofden aan de Keizersgracht 123 staat in de Derde Uitleg uit 1613. Het destijds modieuze huis werd in 1622 gebouwd voor Nicolaas Sohier, een rijke koopman uit de Zuidelijke Nederlanden. De familie Sohier had een handelsnetwerk door heel Europa, Nicolaas was geen arme immigrant.

Het is een bijzonder pand in de welhaast VINEX-achtige eenvormigheid van die stadsuitbreiding. Het gebouw is breed en heeft een rijk versierde gevel met een hoog dak en een topgevel. Die stijl past in de traditie van het stadhuis van Antwerpen. De architect is onbekend, maar hij komt waarschijnlijk voort uit de kring van Hendrick de Keyser, en was vermoedelijk een zoon van hem.

Het Huis met de Hoofden op de plattegrond van Balthasar Florisz van Berckenrode, 1625

Wijsheid

Je ziet een rijk pand. De beelden aan de gevel verbeelden de kwaliteiten van de bewoner: Zo beeldt Minerva wijsheid uit, Apollo de kunsten en Mercurius de handel. De architectuur kenmerkt zich door de toepassing van rood baksteen met natuurstenen beeldhouwwerk. Bijzonder zijn de vele details aan de gevel. Later werd het de woning van de schatrijke ondernemer Louis De Geer die veel handel dreef met Zweden. Dat liet De Geer blijken door in de hal een borstbeeld van de Zweedse koning Gustaaf Adolf te plaatsen.

Bloedvlekken

Dan één van de uitzonderlijkste panden van de Vierde Uitleg van 1663. Dat is het huis van de rooms-katholieke koopman Gijsbert Dommer aan de Amstel 216 uit 1672, bekend als het Huis met de Bloedvlekken. Gijsbert Dommer wilde graag met een diepe tuin aan de Amstel wonen, maar die percelen waren niet diep. Daarom kocht hij voor de vergroting van zijn tuin een aantal percelen aan de aangrenzende Herengracht. De achterste stukken daarvan trok hij bij zijn tuin aan de Amstel. En aan de Herengracht liet hij een paar panden voor speculatie bouwen.

Het Huis met de Bloedvlekken is het grootste pand tussen Heren- en Keizersgracht. Rechts daarvan liggen de speculatiepanden aan de Herengracht. Plattegrond van Jacob Bosch, 1681.

Dommer liet de architect Adriaan Dortsman een groot pand ontwerpen met een zandstenen gevel, met zuilen en een balkon rond de ingang, en een hoge bel-etage op de eerste verdieping. De begane grond was een pakkelder; je zag in Amsterdam altijd die combinatie om het nuttige en het aangename te verenigen. Later woonde de beroemde burgemeester Van Beuningen daar, die in zijn waanzin rode Hebreeuwse en kabbalistische tekens op de gevel achterliet. Vandaar de naam Huis met de Bloedvlekken.

Italiaans huis aan de Amstel

Bijzonder aan het huis is dat het dak onzichtbaar is vanaf de straat; het dak is ondergeschikt aan de architectuur. Dat geeft de sfeer van een Italiaans huis aan de gracht. Ook bijzonder is de schaalvergroting: het is een enorm breed pand, met maar drie grote ramen. Je hebt veel muurvlak, de architectuur wordt monumentaler, strakker en minder versierd en het dak gaat eraf. Het pand heeft natuurlijk nog wel een dak, maar het is vanaf de straat niet of nauwelijks nog zichtbaar. Je ziet dat ook in de Gouden Bocht aan de Herengracht. Die ontwikkeling is kenmerkend voor de Vierde Uitleg.

Deze twee panden zijn voorbeelden van monumentale grachtenpanden die boven de middelmaat van de beide staduitbreidingen uitsteken. Tegenwoordig is de grachtengordel een afwisselende mengeling van architectuur uit de afgelopen vier eeuwen. Maar die verschillende tijdslagen gelden voor de buitenkant; in essentie gaan de meeste panden terug op de 17e eeuw.’

 

20 maart 2013 | Filed under Interview.

Reacties zijn gesloten.