Booming Amsterdam De aanleg van de grachten in de Gouden Eeuw. Tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam, 15 februari – 26 mei 2013          

Wie maakten de Gouden Eeuw (II) ?

Voor de tentoonstelling Booming Amsterdam zijn de ondertrouwregisters uit 1613 en 1663 onderzocht. Daaruit blijkt dat in 1613 70 procent van de mannen en de helft van de vrouwen bestond uit immigranten. Voor 1663 zijn de percentages 50 en 30 procent.
Harmen Snel is senior medewerker van het Stadsarchief. Voor de tentoonstelling ‘Booming Amsterdam’ analyseerde hij de gegevens uit de ondertrouwregisters. Harmen Snel: ‘De Derde Uitleg van 1613 liep van de Brouwersgracht tot de Leidsegracht. In 1663 besloot het stadsbestuur om met de Vierde Uitleg de grachtengordel door te trekken tot de Amstel.

Spectaculaire groei
De bevolkingsdruk op de stad in de Gouden Eeuw was enorm, al was na 1613 het leed voor een groot deel geleden. Veel mensen die buiten de ‘veste’ – de stadsmuur – woonden waren met de uitbreiding binnen de stad gekomen. De groei van Amsterdam was begonnen met de val van Antwerpen in 1585. In die tijd woonden er in Amsterdam maar 25 duizend mensen; het was een kleine stad. In Antwerpen woonden toen 100 duizend mensen. Maar de helft van de Antwerpenaren trok na de Spaanse overwinning in 1585 naar het noorden. Dat was de protestantse midden- en bovenklasse.

Migratiecircus
In 1613, bij de Derde Uitleg, woonden er 100.000 mensen in Amsterdam en in 1663 waren dat er 200.000. De stad bleef groeien. Die groei vertraagde na het Rampjaar 1672, maar dat was toen niet te voorzien. Het was voor hen nog het midden van de Gouden Eeuw, waar geen einde aan leek te komen.

In de ondertrouwregisters zie je dat er in 1613 1100 echtparen waren en in 1663 2500: meer dan twee keer zoveel. Als er twee keer zoveel mensen trouwen wonen er inderdaad ook twee keer zoveel mensen. In 1613 kwamen de immigranten nog uit Noord-Duitsland, Vlaanderen en Noord-Nederland, en een beetje uit Engeland en Frankrijk. Het was een bijzonder dynamische tijd, meer dan de helft van de bevolking kwam van buiten.

New York

Ondertrouwakte 19 mei 1663

Ondertrouwakte van 19 mei 1663: Joris Anthonisse, geboren in Brazilië, een zwarte man, gaat in ondertrouw met Lijsbet Joosten, geboren in Angola.‘Compareerden Joris Anthonisse van Brasil swart oud 28 jare geassisteert met Frans van Brasil [woont] buijten de St. Antonis poort ende Lijsbet Joosten van Angola weduwe van Bravi Antoni woont als vooren’
In de marge en boven staan aantekeningen dat het bewijs van het overlijden van de man van Lijsbet Joosten correct geleverd is. De ondertrouw was ook bekend gemaakt in Vlissingen, blijkbaar had een van de partners daar gewoond. Het is goed mogelijk dat Joris Anthonisse geboren was in de Nederlandse kolonie in Brazilië, die tussen 1630 en 1654 bestond. In 1654 werd het gebied overgenomen door de Portugezen en waren de Nederlanders gedwongen te vertrekken. Toen kan Joris naar de Republiek gekomen zijn. Lijsbet Joosten kan geboren zijn in een van de Nederlandse handelsposten die tussen 1641-1648 aan de Angolese kust gevestigd waren.

In 1663 was de immigratie veel internationaler. De zeelieden, waar er veel van nodig waren, kwamen nu vooral uit Noorwegen en deels uit Zweden en Denemarken. Zij hadden de plaats van de Noord-Duitsers overgenomen. Ze kwamen ook uit IJsland, Finland en de Baltische landen. De zeelieden woonden bij het havenfront; bij de Nieuwmarkt en de Haarlemmerbuurt. Je ziet dat er mensen met andere beroepen en van verder weg kwamen. Ze kwamen uit Ierland, je ziet Portugees-Joodse kooplieden, er was een Armeniër die met een Nederlands meisje trouwde.

Immigranten kwamen ook van buiten Europa. Iemand kwam uit Nieuw Amsterdam – de voorloper van het huidige New York – , een man kwam uit Mauritius bij Madagaskar, een ‘swarte’ man kwam uit Brazilië en trouwde met een vrouw uit Angola. Voor een deel is dat goed te verklaren. Mauritius was een Nederlandse vestiging op weg naar Indië en Nieuw Amsterdam was onderdeel van de Hollandse kolonie in Amerika. Maar je kunt aan de namen in de registers niet alles aflezen omdat ze vernederlandst werden. Een Noor werd Cornelis Erasmuszoon, maar eigenlijk heette hij Niels Rasmussen. Iemand uit Brazilië heette bijvoorbeeld Paulus Hendriks, maar dat kan eigenlijk Paulo Enriques zijn. Daarom is de achtergrond van zo’n immigrant niet altijd duidelijk; is het een terugkerende Nederlander of een tot slaaf gemaakte Braziliaan?

Grootste markt
Ook in 1663 was hier dezelfde godsdienstvrijheid die eerdere generaties naar Amsterdam bracht. Veel protestantse Fransen kwamen naar Nederland. Maar de stad was ook economisch en cultureel interessant. Cultureel ging het goed, je had de bloei in de schilderkunst en de bouwkunst. En Amsterdam was de leidende markt in West-Europa. Het was de stad met de meeste handel en de grootste vloot. De schepen brachten met de VOC, de WIC en de particulieren eindeloos veel goederen binnen. Amsterdam was de grootste marktplaats, met de grootste internationale markt, van Europa.’

Meer weten over immigratie in de zeventiende eeuw? Kom dan naar Amsterdam in Gesprek op zondag 20 januari.

Lees ook: Wie maakten de Gouden Eeuw (I)?

10 januari 2013 | Filed under Interview.

Een reactie op Wie maakten de Gouden Eeuw (II) ?

  1. Clary van Noppen-Groenendaal says:

    Als Oud-Amsterdammer vanuit de andere kant van de wereld veel succes gewenst met deze fascinerende tentoonstelling !