Booming Amsterdam De aanleg van de grachten in de Gouden Eeuw. Tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam, 15 februari – 26 mei 2013          

De Amsterdamse binnenstad: een groot kunstwerk

Tegenwoordig zijn de gevels aan de grachtengordel gevarieerd. Maar de meerderheid van de grachtenpanden werd gebouwd volgens een paar eenvormige ontwerpen. Opvallende gebouwen waren een uitzondering. Vierhonderd jaar later is dat niet meer te zien; de meeste gevels zijn aangepast.

Pieter Vlaardingerbroek is architectuurhistoricus bij het Bureau Monumenten en Archeologie van Amsterdam. Pieter: “Mijn specialisatie is 17e en 18e eeuwse architectuur. Ik ben gepromoveerd op de bouwgeschiedenis van het Paleis op de Dam. Voor de tentoonstelling Booming Amsterdam geef ik inhoudelijke adviezen over de architectuur, over het ontwerp van de grachtenpanden.

VINEX-wijk

De Derde Uitleg is van 1613. Die vormde het eerste deel van de grachtengordel, en liep van het IJ tot de Leidsegracht. Aan de nieuw aangelegde Heren-, Keizers- en Prinsengracht werden vooral drie soorten huizen gebouwd. Het deel van de tentoonstelling over huizenbouw gaat over die woonhuizen. De openbare gebouwen zoals kerken, vleeshallen en wachthuizen laten we buiten beschouwing. Woonhuizen vormden de belangrijkste invulling van de Derde Uitleg.

We richten ons meestal op de hoogtepunten, maar we vergeten dat oorspronkelijk de meeste gevels gelijksoortig waren. Stel dat je er in 1613 was, dan zou je veel dezelfde soorten panden zien. Het was nogal eentonig. Dat is nu moeilijk te zien, met die tijdslaag van eeuwen er overheen. Maar in 1613 was het door de eenvormigheid een soort VINEX-wijk. Van die standaard trapgevels staat er nu bijna niets meer. De structuur van het oude huis staat wel nog vaak achter een nieuwe gevel. Dat is spectaculair, je weet nooit wat er achter de gevel zit.

Drie basismodellen

Amsterdamse ambachtslieden kochten percelen en bouwden daar wat huizen op, overwegend met trapgevels. Je had metselaars en timmerlieden die één of meer percelen naast elkaar kochten. Ze konden die zelf indelen. Het waren eigenlijk allemaal kleine projectontwikkelaars.

Er waren in die tijd drie basismodellen voor huizen. Je hebt de standaard trapgevel, als tweede het iets bredere pand met een variant op de halsgevel en de brede panden met een top in het midden, zoals het uitzonderlijke ‘Huis met de Hoofden’ op de Keizersgracht 123. We laten zien dat er een aantal panden boven de massa uitsteken. Dat zijn panden van – de navolgers van – Hendrick de Keyser, zoals het Huis Bartolotti, Herengracht 170-172.

Gouden Bocht

Luchtfoto van de Amsterdamse binnenstad, gezien vanuit het zuiwesten, ca. 2007. Op de voorgrond het Rijksmuseum. Foto Cor Hartloh.

De Vierde Uitleg uit 1663 liep van de Leidsegracht tot het IJ, van west naar oost. Die uitbreiding was voornamelijk succesvol tussen de Leidsegracht en de Amstel. Het stadsbestuur gaf de grote lijnen aan en de Amsterdammers vulden de nieuwe wijk naar eigen inzicht in. Dat stuk werd vrij snel volgebouwd.

Ook in de Vierde Uitleg heb je een aantal basistypes. Die bestaan uit de panden met een hals- of klokgevel. We laten daarvan op de tentoonstelling de standaardmodellen zien. Daarnaast worden weer de bijzondere panden getoond, zoals die in de Gouden Bocht van de Herengracht bij de Vijzelstraat. Daar staan veel interessante gebouwen.

In de Vierde Uitleg zie je nieuwe architectuur. Je ziet modernisering door het gebruik van lijstgevels; de lijstgevel wordt bepalend voor de Vierde Uitleg, met name voor de Gouden Bocht. Een lijstgevel is een gevel met aan de bovenzijde een rechte daklijst. De invloed van de klassieke architectuur wordt groter. Je krijgt panden die grootser van opzet en monumentaler van uiterlijk zijn. Ze hebben minder verdiepingen en grotere en hogere kamers.

Ingehouden weelde

We proberen de bijzondere panden weer bijzonder te laten zijn door daarnaast de doorsneepanden te tonen. Voor de meeste mensen was een huis een plek om te wonen en geen architectonisch statement. Wel bijzonder is bijvoorbeeld Amstel 216, het Huis met de Bloedvlekken, waar burgemeester Van Beuningen woonde. Dat toont die grotere schaal; het is hoger, met grotere ramen en op een monumentale schaal. Het heeft een ingehouden weelde; het is een ingehouden rijkdom, maar wel ontzettend rijk.

De totale bebouwing heeft eenheid in diversiteit, waardoor de Amsterdamse binnenstad als geheel een groot kunstwerk is; vergelijkbaar met het paleis van Versailles. De grachtengordel is de burgerlijke variant van het adellijk paleis.”

In de serie Amsterdam in gesprek praten we met Pieter Vlaardingerbroek over de ontwikkeling van het grachtenhuis in het Amsterdam van de Gouden Eeuw. U bent op zondag 6 januari van harte welkom in het Stadsarchief. Aanvang 15.00 uur, toegang is gratis.

2 januari 2013 | Filed under Interview.

Een reactie op De Amsterdamse binnenstad: een groot kunstwerk

  1. E. Meijers says:

    Als u de grachtengevels goed wilt zien, kijk dan op http://www.amsterdamsegrachtenhuizen.info/grachten/hge/hg06
    daar kun je alle gevels van de Herengracht en Keizersgracht.