Booming Amsterdam De aanleg van de grachten in de Gouden Eeuw. Tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam, 15 februari – 26 mei 2013          

Honderd objecten uit 47 kilometer archief

Jochem Kamps werkt bij het restauratieatelier van het Stadsarchief. De restauratoren hebben toegang tot de originele objecten. Zijn afdeling heeft achter de schermen een sleutelrol bij het maken van de tentoonstelling Booming Amsterdam.

Jochem Kamps in het Restauratieatelier

Jochem Kamps in het Restauratieatelier

Jochem Kamps: “Ik ben papierrestaurator. Hier in het archief hebben we de zorg voor een grote verzameling papier, boeken en fotografisch materiaal. Het Stadsarchief heeft 47 kilometer planken vol met objecten in dit gebouw. Wij verzorgen het fysieke beheer van de archieven en collecties. Het notariële archief is het grootst met zo’n drieënhalve strekkende kilometer.

Papier draagt informatie en is mede daardoor heel interessant materiaal. Je hebt bijvoorbeeld documenten, prenten, tekeningen, ontwerpen, kaarten en affiches. Het vak is een mooie combinatie tussen geschiedenis, kunstgeschiedenis, materiaalkennis, wetenschap en handigheid. De ethische keuzes die spelen bij het uitvoeren van een restauratie maken het werk boeiend.

Tentoonstellingsklaar maken
Binnenkort komt de tentoonstelling over het ontstaan van de grachtengordel. Wij krijgen dan van de afdeling Presentatie een selectie van objecten. Nu gaat het om ongeveer 100 objecten van onszelf. Die lichten wij dan van het depot en komen naar ons restauratieatelier. Daarbij krijgen wij een twintigtal stukken in bruikleen van elders.

Wij controleren de stukken op hun conditie. Als ze in slechte staat zijn moeten wij dat signaleren, zodat wij snel aan het meer uitgebreide restauratiewerk kunnen beginnen. Zo kost een spoelbehandeling veel tijd vanwege het drogen. Soms moet het object een week drogen tussen het vilt.

Vervolgens maken we met de collega’s van Presentatie de esthetische keuzes hoe we de objecten tentoonstellen; hoe tonen we het in de vitrine, met wat voor passe-partout lijsten we in. De volgende stap is dan het inlijsten en het opzetten van objecten, kortom het tentoonstellingsklaar maken.

Met elke tentoonstelling beginnen wij drie maanden van tevoren. We hebben tijd nodig voor het uitvoeren van de verschillende restauraties. Pas later begint het inrichten van de tentoonstellingszaal beneden. De laatste dagen voor de opening komen de originelen. De objecten in bruikleen arriveren en die controleren we op hun conditie. We leggen ze in de vitrines en de ingelijste werken hangen we aan de wanden. Dat is best kritisch. Het zijn kwetsbare objecten, je moet de risico’s op beschadiging zo klein mogelijk houden.

Sporen van de stad

Ik vind het fantastisch om met onze collectie bezig te zijn. Het is de stad waar je woont; van alles waar je in het dagelijks leven doorheen fietst zie je de sporen in het Stadsarchief. Dat zie je in de stukken terug. Met deze tentoonstelling over de 17e-eeuwse uitbreidingen zie je hoe de stad in ‘schillen’ is ontstaan. Dat is iets prachtigs.”

10 december 2012 | Filed under Interview and tagged with .

Tags:

Reacties zijn gesloten.